Belangrijke zeiltermen

Elke sport heeft zijn eigen specifiek jargon. Dit is niet anders voor de zeilsport! Hieronder vinden jullie de meest voorkomende zeiltermen terug die u reeds kunnen voorbereiden voor onze boeiende zeilcursussen!

BakboordLinks
StuurboordRechts
LoefzijdeKant waar de wind vandaan komt
LoefgierigBoot wil naar de wind toe draaien
LeizijdeKant van zilboot waar de wind naartoe gaat
LifelineLijn waar bemanning mee vastzit
LooplijnLijn over het dek waar de lifeline aan vast zit
SchootLijn waarmee de stand van de zeilen bepaald wordt
HogerwalDe oever van het vaarwater waar de wind vandaan komt
LagerwalDe kant van het vaarwater waar de wind naartoe waait
Hoge zijdeKant van de zeilboot waar de wind vandaan komt (= loefzijde)
Lage zijdeKant van de zeilboot waar de wind naartoe waait (= leizijde)
Overstag gaanDit krijg je wanneer je met de boot helemaal oploeft tot scherp aan de wind en daarna snel nog verder oploeft en met de punt van de boot door de wind draait.
DeinzenWanneer de boot lang genoeg met de punt in de wind ligt, gaat de boot vanzelf achteruit drijven.
Killen van de zeilenZeilen moeten bol staan. Killen is het bewegen van het voorlijk van het zeil doordat er wind aan de achterkant van het zeil binnenkomt.
VoorlijkVoorkant van een zeil waar de wind het eerste komt
ZeerelingMetalen draden rond de boot over het dek